“een midzomernacht in vielsalm en zijn cotticule museum in de stijl van Marten Toonder”
In Vielsalms dal, waar Ardennenfluisteren
De avond zachtjes om het dorpje dwaalt,
Waar bomen praten, oude verhalen
En mist als melk langs leien daalt—
Daar ligt de Cotticule, museum van vlerken,
Steen en herinnering, als Bommel verhalen,
Waar stenen fluisteren in kelders van mergel,
En tijd als een soepterrine klatert in zalen.
Midzomernacht, de maan gluurt verwonderd
Naar sluipende schimmen in dekking van blad,
Een eekhoorn leest met speksnor verbaasd
Het jaartal gekrast op een prehistorische schat.
De muze van kwarts, het fossiele botterikje,
Snort zacht tegen vitrines vol stenen pracht.
Een knipoogende dommelaar, met een jas van verhalen,
Zwijgt wijs in het nachtelijk museum vol wacht.
De kruiden ruiken, als Tom Poes als wakker,
Naar heimelijke schatten, en midzomeraard.
Een taxiboom prevelt: “Kom binnen, o reiziger,
Hier rusten geheimen, kristallijn bewaard.”
Verstrengeld als tijd in het loof en de leien,
Een midzomernacht zingt in Vielsalms museum,
Waar Toonderse magie nog aarzelend waait—
En oude stenen dromen een wonderlijk requiem.
Create Your Own Poem |
Recent Poems