“De niet zo geheime ondergrond van vielsalm en zijn cotticule museum. In de stijl van Kees Stip”
In Vielsalm, tussen Ardenner grenzen,
Waar bossen fluisteren, schaduwen wenken,
Daar schuilt een wereld - niet echt geheim,
Toch ondergronds, net buiten het plein.
De cotticules, geel als hazelnootdraf,
Liggen verstopt in de Waalse schacht:
Scherpst voor de scheerder, de slager, de smid,
Hun steen laat het mes dansen als een lied.
Plots duik je hier ’t museum in,
Met kistjes vol leisteen en slijpsel erin.
De gids, een Salmien met pet en met praat,
Vertelt van het slijpgerei, zonder dat iemand het laat.
In vitrines geordend: schraper en rader,
De ruwe brokken, de fijnste lader.
En boven alles hangt stof van tijd,
Waar echo’s slijpen aan eeuwigheid.
Men noemt het ‘niet zo geheim’, dat klopt als een bus,
Want elke passant krijgt van stenen een kus.
Toch, wie goed kijkt in het schimmelend licht,
Ziet Vielsalm glanzen op elke gezicht.
Dus groet de cotticule, schrap langs het steen,
Niet alles wat ondergronds is, is alleen.
Want in Vielsalm’s diepte, voor wie goed kijkt,
Is het slijpen van stenen pas wat het lijkt.
Create Your Own Poem |
Recent Poems